Beter toezicht met Europese wet op crowdfundplatforms in Nederland?

Veel grote platforms in Nederland werken zonder een vergunning, waardoor doorlopend toezicht ontbreekt. De eerste versie van de European Crowdfund Service Provider (ECSP) uit 2018 werd flink geamendeerd. De nieuwe versie van 20 oktober jl. is duidelijk beter. Maar op onderdelen is het ambitieniveau nog laag. Zo kan niet meer dan de helft van de zeven ondeugden van Nederlandse platforms worden ondervangen. De bonus is wel dat vestiging in alle EU-landen nu geen nieuwe vergunning vereist. Elke EU investeerder kan deelnemen. En na jaren aandringen komt er eindelijk doorlopend toezicht voor alle platforms in Nederland.

Voor welke platforms geldt de ECSP?

Het geldt voor alle crowdfundingsplatformen in Nederland met een (gedeeltelijke) ontheffing. Gelukkig ook voor platforms die alleen nationaal actief zijn. Voorheen gold de verorderning alleen voor platforms actief in meerdere landen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen financieringen door eigen- of vreemd vreemd vermogen. Deze verordening geldt niet voor platforms met een vergunning beleggingsonderneming (MIFID II), voor Initial Coin Offerings of consumentenfinancieringen (vergunning Consumptief Krediet).

Eenzijdige bescherming

Als je zoekt in de verordeningstekst met de woorden “zorg”, “bescherming” en “client”, dan kom je steeds bij de investeerders uit. Het woord “ondernemers” wordt slechts één keer direct genoemd. De wetgever gebruikt liever het woord “projecteigena(a)r(en)”. Die moeten wel juist worden geïnformeerd, maar hebben daarnaast vooral plichten. Slechts uit enkele indirecte verwijzingen, zoals artikel 4.1, kan worden afgeleid dat ook hun belang moet worden gewogen. Per saldo ontbreekt er een helder kader of verwijzing naar de zorgplicht van “projecteigenaren” en de preventie van overkreditering.

De verordening kent twee smaken investeerders: de onervaren en ervaren investeerder. De ervaren investeerder, investeert beroepsmatig of heeft een bovenmodaal inkomen in combinatie met een recente beleggingsportfolio (zie bijlage II). De onervaren belegger krijgt meer bescherming. Door extra waarschuwingen, tests, een maximale inleg per project en per portfolio. En een wettelijke bedenktijd van minimaal vier dagen. Het is wel even de vraag hoe valide de toetsing dadelijk zal zijn? Als het een zelfevaluatie is, dan vrees ik dat iedereen dadelijk een professionele belegger is. Die hebben namelijk geen last van limieten, terugkerende testen en extra waarschuwingen bij inleg.

De belangrijkste verbeteringen op een rij

Het platform is verantwoordelijk voor de controle op juistheid, volledigheid en duidelijkheid van de aangeleverde informatie (Artikel 23, lid 12). Daarmee vervalt de mogelijkheid dat een platform zich uitsluitend als doorgeefluik opstelt. Het is daarmee aansprakelijk voor onjuiste, onvolledige en niet gecontroleerde informatie van de projecteigenaar. Ook moet het platform indieners controleren in straf-, faillissements-, beroepsaansprakelijkheids- en witwasregisters (artikel 5, lid 2a). Overigens krijgen meerderheidsaandeelhouders, bestuurders en (verbonden) medewerkers van een platform eenzelfde toets (artikel 12, lid 3a). En bestuurders worden getoetst op geschiktheid, kennis en vaardigheden (artikel 12, lid 2l).

Het geldverkeer en de bewaring moet door een professionele derde partij worden uitgevoerd met een Europese vergunning (artikel 10, lid 2). Dit is een duidelijke en welkome breuk met de Stichting Derdengelden, die bij meerdere platforms geheel of gedeeltelijk door hun eigen bestuurders worden geleid.

Een andere welkome vernieuwing is dat platforms maatregelen moeten nemen om de continuïteit van het platform te garanderen (artikel 11). Tenminste 25% van de operationele kosten met een minimum van 25K moeten worden gereserveerd als back-up. Daarnaast moet het platform een verzekering afsluiten, die verliezen dekt uit de verstoring van de bedrijfsactiviteiten, systeemstoringen of het procesbeheer. Helaas wordt een platform nog steeds niet verplicht zijn jaarcijfers openbaar te maken aan haar cliënten. Wel aan de toezichthouder.

Er zijn duidelijkere eisen gesteld aan een prudente bedrijfsvoering, belangenverstrengeling en de risicobeoordeling (artikel 4). Er moeten toereikende beleidsregels en operationele procedures zijn en geschikte systemen en controles om financieringsrisico’s te beoordelen. Het bestuur ziet toe op de toepassing en evalueert tweejaarlijks op de prudentiële waarborgen en de bedrijfscontinuïteit. Wat nog steeds is toegestaan is dat minderheidsaandeelhouders (kleiner dan 20%) mogen pitchen. Vreemd, want ook dat is ook een bron van belangenverstrengeling. Immers aandeelhouders benoemen en ontslaan het bestuur dat moet toezien op toe- of afwijzing van financieringsaanvragen.

Het platform moet uitleg geven over de gebruikte risico-analyse en de pricing. Er zijn wel tal van open eindes. Wat is bijvoorbeeld “een redelijke beoordeling van het kredietrisico” (artikel 4, lid 4a)? Ik had enkele minimale eisen verwacht zoals een opdeling in risicoklassen (zeer laag tot zeer hoog risico). Wel worden de te beoordelen stukken genoemd. Ook de pricing wordt in zeer algemene termen benoemd: “Zorgt hij [het platform] ervoor dat de prijs correct en passend is …” (artikel 4, lid 4d). Maar geen rationale en een range.

Daarnaast kunnen platforms er voor kiezen om een prikbord in te richten om bestaande beleggingen liquide te maken (artikel 25). Die worden door investeerders aangeboden aan andere investeerders met volledige beleggingsinformatie en eventuele adviesprijs door het platform. Het prikbord mag echter geen multi-lateraal handelsplatform worden. De eventueel aan- en verkoop moet door de investeerders zelf worden afgehandeld.

Tenslotte is het platform verplicht de investeerders een overzicht te geven van de omvang, de genoten rente en de verdeling van de gehele portfolio naar risicocategorie (artikel 6, lid 4). Hoewel van elke lening de betalingsachterstanden en betaalde fees helder moet zijn, is dat weer niet verplicht voor de gehele portfolio. Kortom, nettorendement, is per deelneming, maar niet per portfolio verplicht. Dat kan beter. Ook omdat niet aangegeven is wanneer de lening of de aandelen moeten worden afgewaardeerd. De AFM-regel is nu bij leningen na 60 dagen betalingsachterstand.

Belangrijke ommissies

Er wordt niets vermeld over de feestructuur. Een fee vooraf kan een platform de verkeerde prikkel geven niet passende projecten te accepteren. Beter is het om de fee aan investeerders via een continue beheervergoeding te berekenen, zolang de ondernemer afbetaalt of aan de verplichtingen voldoet. Geen afbetaling, geen fee. Zo lopen belangen van platform en investeerder parallel.

Ook ontbreekt de verplichting om de risicobeoordeling, pricing en beloofde rendementen jaarlijks te toetsen in relatie tot de Loss Giving Default. Gemiste kans, want in de UK is dat inmiddels een verplichting. Zo wordt de risicobeoordeling steeds beter en beloofde rendementen bijgesteld aan de werkelijke behaalde bruto- en nettorendementen.

Tevens mis ik de voorpublicatieplicht van 48 uur die in Nederland gebruikelijk is. Dan kunnen potentiële investeerders rustig kijken of de propositie iets voor hen is. Die zou ik graag in Europees verband terugzien.

Al eerder is genoemd dat de zorgplicht voor ondernemers niet expliciet is genoemd, waarbij ook monitoring gedurende de looptijd hoort. En dat platforms geen inzicht hoeven te geven in nettorendement van de gehele portfolio. Er ontbreken harde afwaarderingstermijnen. Bij leningen is dat zeer goed mogelijk. Ook zouden minderheidsaandeelhouders niet mogen pitchen op het eigen platform.

De platforms aan zet

De bestaande platforms hebben tot november 2022 de tijd om de vergunning te verkrijgen, na invoering van ECSP in Nederland in november 2021. De toezichthouder zal binnen 3 maanden na indiening van een complete aanvraag tot verlening of afwijzing over gaan. Na de deadline van november 2022 mogen platforms zonder vergunning geen nieuwe proposities meer aanbieden.

De slimmerikken gaan natuurlijk hun platforms zo inrichten dat zij ver boven de wettelijke eisen uitstijgen. Je kunt er de donder opzeggen dat deze wetgeving na enkele jaren zal worden bijgesteld en net als in de UK strenger zal worden. Bovendien creëer je een concurrentievoordeel richting andere platforms. Niet alleen nationaal, maar ook internationaal.

In cijfers van 1-10 geef ik deze kaderwetgeving een 6,5. Razend knap om alle bestaande nationale wetgevingen en de grote onderlinge verschillen in één kader te vangen. Het is nu aan de platforms zelf om hier een dikke 8 of meer van te maken. Meer transparatie verstrekken dan het wettelijk minimum wordt door niemand verboden.

Bron: Lex van Teeffelen

Bron: LinkedIn

Gerelateerde berichten